Over zonnepanelen, slimme meters, thuisbatterijen en andere rare beestjes ...

Zie je door de bomen het bos nog? AVL Woningbouw probeert duidelijkheid te scheppen.

Als nieuwbouwer krijg je voortaan sowieso een slimme meter in huis. En daar bovenop duwt de regelgeving je met zachte dwang richting zonnepanelen. Na de commotie van de afgelopen weken vraag je jezelf dan ook terecht af: ‘Wat nu?’

Het probleem

Het basisprobleem is dat elektriciteit zeer vluchtig is. Daarom gebruiken energieleveranciers bijvoorbeeld de waterkrachtcentrale van Coo als opslagcapaciteit. Ze gebruiken daarbij stroomoverschotten om het water weer naar de bovenste bekkens te pompen, waar het dan ‘op voorraad’ ligt om door de turbines naar beneden gelaten te worden om stroom op te wekken, op het moment dat er stroomtekorten zijn.

Op die manier speelt de waterkrachtcentrale van Coo batterij voor heel het land. Maar omdat ze maar gedurende 1 dag het vermogen van 1 kerncentrale kan leveren, springen we daar niet ver mee. Voor conventionele elektriciteitscentrales volstaat dit - Coo dient dan enkel om korte pieken en dallen op te vangen - maar bij langdurige veranderingen in de energievraag moet men het vermogen van de elektriciteitscentrales aanpassen. En dat is een proces van uren, of zelfs dagen.

Hernieuwbare energie

Naast de conventionele elektriciteitscentrales beschikken we vandaag ook over 'hernieuwbare energie'. Maar in tegenstelling tot conventionele bronnen, hebben we de energieproductie van hernieuwbare bronnen niet in de hand: op het schijnen van de zon of het waaien van de wind hebben we nu eenmaal geen vat. Dus zitten we op een hele zonnige dag met stroomoverschotten, en op een donkere dag met een tekort. Omdat het technisch zeer moeilijk is bijkomende opslag hiervoor te creëren gaan deze overschotten gewoon verloren, terwijl de tekorten aangevuld worden met conventionele stroom.

Jouw thuisproductie

Jouw 'terugdraaiende teller' houdt hier echter geen rekening mee: als jouw zonnepanelen meer stroom produceren dan je verbruikt, gaat dat overschot automatisch naar het net, zonder enige garantie dat het daar effectief verbruikt kan worden. En als je een tekort hebt, neem je van datzelfde net stroom af die misschien wel door een kolencentrale geproduceerd werd (zelfs als je een contract voor Groene Stroom zou hebben overigens).

Desondanks betaal je 0 euro, aangezien jouw teller aan het einde van het jaar op exact hetzelfde getal staat als het jaar ervoor. Het is te zeggen, je betaalt wel vaste kosten en een forfaitair prosumententarief om het net als 'batterij' te gebruiken. Maar als je even begint te rekenen, kom je al snel tot de conclusie dat die kost relatief laag is. De netbeheerders moeten nochtans dure aanpassingen aan het laagspanningsnet bekostigen die een vlotte teruglevering mogelijk maken. En bovendien zal dergelijk forfaitair tarief niemand ertoe bewegen om zijn effectief geproduceerde groene stroom ook helemaal zelf te verbruiken, waardoor conventionele centrales op “stand-by” moeten blijven draaien, ook wanneer de zon schijnt.

Enter 'slimme meter'

De slimme meter brengt hierin verandering: die registreert de van het net afgenomen en de aan het net aangeleverde stroom immers apart, waardoor die ook apart kan ‘aangerekend’ worden. Ook in dit geval gaat de stroom die je produceert maar niet zelf verbruikt terug naar het net, maar in plaats van jouw teller die terugdraait, krijg je er geld voor terug: pakweg 3,5 eurocent per KWh als je een 'teruglevercontract' hebt. Omgekeerd, als je meer stroom verbruikt dan je opwekt, betaal je daarvoor ongeveer 22 eurocent per KWh. Je moet geen rekenwonder zijn om in te zien dat je hiermee gestimuleerd wordt om zoveel mogelijk stroom te verbruiken wanneer de zon schijnt.

Hebben zonnepanelen dan nog wel zin?

Veel eigenaars van zonnepanelen zeggen nu inderdaad: “Ik geef mijn zonnepanelen mee met het vuilnis”, omdat ze het gevoel hebben dat ze met deze slimme meter niet meer zullen renderen. Maar dat is met dit eenvoudig rekenvoorbeeld makkelijk te weerleggen.

Stel dat je ongeveer 5000 kWh per jaar verbruikt.

  • zonder zonnepanelen betaal je hiervoor 1100 euro (vaste kosten niet in rekening genomen) aan 22 eurocent per kWh.
  • met een PV-installatie van 5 kWp op jouw dak maak je dit verbruik ongeveer goed. Heb je bovendien het geluk nog een terugdraaiende teller te hebben, dan staat die op het einde van het jaar terug op dezelfde plaats als vorig jaar, waardoor je 0 euro betaalt. MAAR ... je betaalt wel een prosumententarief. Voor Limburg bedraagt dit ongeveer 80 euro per kVA  omvormervermogen, dus 400 euro. Ten opzichte van de situatie zonder zonnepanelen bespaar je dus 1100 - 400 = 700 euro.
  • Leg je diezelfde PV-installatie op een nieuwbouw met slimme meter, dan wordt de mate waarmee je jouw opgewekte stroom direct verbruikt - jouw 'eigenverbruik' - plots belangrijk. Voor een gemiddeld gezin is dat ongeveer 35%. Met andere woorden, 35% van de 5000 kWh stroom die jouw zonnepanelen opwekken verbruik je meteen. De andere 65%, oftewel 3250 kWh zal je van het net moeten afnemen aan 22 eurocent per KWh, terwijl je die op een ander moment aan het net teruglevert tegen een vergoeding van 3,5 eurocent per KWh. Daardoor betaal je dus 3250 * (0,22-0,035) = 600 euro aan stroom. MAAR, in dit geval komt het forfaitaire prosumententarief (die 400 euro van daarnet) er niet bij, waardoor je nog altijd 500 euro bespaart dankzij jouw zonnepanelen.

Toegegeven, 700 euro besparen is meer dan 500 euro. Dus de terugverdientijd van jouw PV- installatie wordt langer, maar zonnepanelen blijven wel degelijk renderen. En ze worden nog altijd goedkoper in aanschaf.

Het E-peil

Als nieuwbouwer moet je voor de terugverdientijd bovendien niet alleen naar de stroomfactuur kijken. Je moet ook een streng E-peil behalen. En puur op basis van het gehaalde E-peil is een PV-installatie de goedkoopste maatregel die je kan nemen. Per gewonnen E-peilpunt kost je dat het minste.

Bij AVL staan we om die reden nog steeds achter PV-installaties in nieuwbouw.

Dag-/nachttarief

Tot slot nog dit: bij zonnepanelen met een terugdraaiende teller werd meestal voor een enkelvoudig tarief gekozen, omdat het nachtverbruik - toch 50% van jouw verbruik - anders niet saldeert. Dus omdat een slimme meter sowieso niet saldeert, is het weer interessant om voor een tweevoudig dag-/nachttarief te kiezen om nog meer voordeel te doen.

Daarnaast is het ook zinvol om jouw energiecontract eens goed na te kijken. Een teruglevercontract krijg je immers niet vanzelf. En bovendien zijn er leveranciers op de markt die speciaal voor zonnepaneeleigenaren ook overdag nachttarief aanbieden. Enkel de transmissiekosten maken in dat geval een verschil.

Eigenverbruik

De rekensom hierboven wordt enorm beïnvloed door jouw “eigenverbruik”. Hoe meer je van jouw eigen productie verbruikt, hoe meer je bespaart. Zet de vaatwas, wasmachine en droogkast daarom niet ’s avonds aan, maar ’s middags, wanneer jouw zonnepanelen stroom opbrengen. Dankzij de timer die deze toestellen tegenwoordig hebben, is dat makkelijk in te stellen. Check in het begin jouw kWh-meter om ervoor te zorgen dat jouw toestellen samen niet méér verbruiken dan je produceert. En stel ze desnoods zo in dat ze om de beurt draaien. Op die manier vraag je overigens ook een lagere stroompiek van het net, waar jouw stroomfactuur gedeeltelijk op zal gebaseerd worden vanaf 2022.

Wat met de thuisbatterij?

De thuisbatterij wint enorm aan populariteit. Je kan er overtollige stroom mee opslaan en gebruiken als je die nodig hebt. Om dat te stimuleren betaalt de Vlaamse overheid een premie voor wie een thuisbatterij koopt of leaset. Die premie is aan te vragen tot eind 2021.

Een thuisbatterij meet - met een speciale stroommeter op de binnenkomende kabel van de teller - hoeveel stroom je zelf verbruikt en hoeveel je over hebt om terug te leveren. Maar in plaats van de overtollige stroom terug te leveren, zal de batterij beslissen om zichzelf daarmee op te laden. Omgekeerd, wanneer je stroom nodig hebt wanneer de zon niet schijnt, zal de batterij beslissen om te ontladen in plaats van dure stroom van het net te halen. Zo kan je dus meer van jouw thuis geproduceerde zonnestroom zelf verbruiken.

Sommigen beweren dat je op die manier onafhankelijk wordt van het stroomnet. Maar dat klopt niet. De capaciteit van een thuisbatterij is ongeveer 5 à 10 kWh, wat overeenkomt met wat je gemiddeld op een dag verbruikt. De overproductie van de zomer opslaan om in de winter te verbruiken mag je dus vergeten. Het is al mooi als jouw verproductie van overdag overeenkomt met wat je ’s avonds nodig hebt. En dan nog is het opletten met grootverbruikers: een kookplaat kan tot 7 kW verbruiken, dus wanneer je 4 potten op vol vermogen op het vuur hebt staan, is jouw thuisbatterij op een uurtje leeg. Ok, dan ben je zeer stevig aan het koken, maar het geeft een idee ...

Conclusie: ook met een thuisbatterij zal je in de zomer bij momenten nog altijd meer stroom produceren dan je kan verbruiken of op kunt slaan, en in de winter zal je nog altijd stroom van het net moeten halen.

Terugverdientijd van jouw thuisbatterij?

Afhankelijk van de grootte van jouw thuisbatterij zal jouw eigenverbruik van ongeveer 35% naar 65 à 70% stijgen. Later we rekenen met een gemiddelde stijging van 35%, wat overeenkomt met 2000 kWh die je jaarlijks extra zelf verbruikt. Dat levert een besparing op van 2000 x (0,22 - 0,035) = 320 euro per jaar.

‘Netjes' zou je denken, maar een thuisbatterij kost na aftrek van de premie toch nog altijd 4000 euro, wat jouw terugverdientijd op 11 a  12 jaar brengt. En dan is de vraag hoelang jouw batterij meegaat. De meeste fabrikanten geven de garantie dat ze na tien jaar nog 60% van haar capaciteit zal hebben.

Weet ook dat de stap van geen batterij naar een batterij van 5 kWh zich sneller terugverdient dan de stap van een batterij van 5 kWh naar eentje van 10 kWh. Daar staat dan wel tegenover dat de levensduur van die laatste uiteraard langer zal zijn, omdat ze minder laadcycli gebruikt voor hetzelfde resultaat.

Ook bij batterijomvormers zien we dat een omvormer met een vermogen van 2,5 kW zich sneller terugverdient dan een van 3,7 kW, terwijl die laatste toch wel weer wat duurder is.

Let op!

Let er tenslotte op dat jouw thuisbatterij kan communiceren met de omvormer van de PVinstallatie, en deze kan terugregelen naar 60% van het omvormervermogen. Dat klinkt heel technisch, maar het is een voorwaarde om jouw premie van de Vlaamse overheid te verkrijgen. In de praktijk zien we dat een aantal installateurs van thuisbatterijen batterijomvormers van merk A verkopen, terwijl in de bestaande PV-installatie een PV-omvormer van merk B aanwezig is. In dat geval zal de overheid bij controle de verkregen premie gewoon van je terugvorderen. Let daar dus zeker op.

Conclusie

Een thuisbatterij is een zeer nuttige technologie om meer groene stroom te verbruiken. Want opslag was de grote uitdaging, weet je nog? Over 10 jaar zal de thuisbatterij waarschijnlijk even ingeburgerd zijn als zonnepanelen, maar op dit moment is het nog even twijfelen of, en zo ja hoe snel ze zich terugverdient. Het spant erom.

Warmtepompen

Warmtepompen zijn een heel ander verhaal. De overheid pusht deze technologie enorm, omdat bijvoorbeeld in nieuwe verkavelingen vanaf 20 percelen en in appartementsblokken vanaf 15 wooneenheden waarvan de omgevingsvergunning na 1 januari 2021 is aangevraagd, geen aardgas meer voorzien mag worden.

Toch moeten we vaststellen dat lucht-waterwarmtepompen een jaarrendement hebben van ongeveer 3, wat betekent dat ze voor één eenheid stroom drie eenheden warmte afgeven. Maar omdat elektriciteit 5,5 keer duurder is dan gas, zal zelfs de allerbeste warmtepomp zich dus economisch nooit terugverdienen.

Installateurs van warmtepompen babbelen dat nadeel steevast weg met zonnepanelen, die 'dat verbruik zeker wel zullen dekken’. Maar dat is larie. Dat was al het geval met de terugdraaiende teller, en dat is nu zeker en vast het geval met de slimme meter.

Het dak van onze gemiddelde klant is immers maar net groot genoeg voor een PV-installatie die het huishoudelijk verbruik dekt: koken, wassen, drogen, tv kijken, verlichting enz. Het verbruik van een warmtepomp komt daar gewoon bovenop, waardoor je de hoogste prijs betaalt voor elektrische energie i.p.v. het voordeligere gastarief.

Maar ook als jouw dak groter is, en je dus een grotere PV-installatie kan installeren, blijft dit verkoopspraatje een broodje aap. Want in dat geval komen we in de foute logica die we hogerop al aanhaalden: ‘in de zomer produceer je stroom om in de winter te verbruiken’. Wat niet klopt. Met een slimme meter zal je die stroom duur betalen, dus we kunnen verwachten dat sommige installateurs dan maar meteen een thuisbatterij meeverkopen. Maar ook die vlieger gaat niet op, want zoals hierboven al uitgelegd: een thuisbatterij dekt met de bluts en de buil net het verschil dag/nacht, nooit het verschil zomer/winter.

Daarom houden we bij AVL Woningbouw vast aan onze gasketel, tenzij het echt niet anders kan.

Elektrisch rijden

Elektrisch rijden blijft winnen aan populariteit, terwijl toch ook daar een paar bedenkingen gemaakt kunnen worden. Bijvoorbeeld dat wanneer je jouw auto op het verkeerde moment oplaadt, je eigenlijk rijdt op steenkool, gas of kernenergie. Of dat je gezien de elektriciteitsprijzen niet noodzakelijk goedkoper af bent dan met een auto op benzine. Laat staan als je jouw auto snellaadt, want tot 22 kW betaal je daarvoor vanaf volgend jaar het gelag via het capaciteitstarief. Terecht ook, want veel straten zijn in de cabine afgezekerd met 3x160A, wat zoveel betekent als wanneer er 5 elektrische auto’s snelladen aan 22kW de zekering doorslaat. Het capaciteitstarief stimuleert langdurig laden aan een laag vermogen. 

Geen nood: er zijn wel oplossingen, als je jouw gebruikersgedrag wil aanpassen tenminste. Als bijvoorbeeld jouw laadinstallatie Type 3 bij jouw thuis reageert op jouw productie van zonnestroom, laadt jouw auto alleen indien jouw PV-installatie een stroomoverschot heeft. Anders niet. Daardoor verhoogt jouw eigenverbruik en rijd je met stroom die 3,5 eurocent/kWh kost (teruglevertarief) i.p.v. 22 eurocent/kWh (afnametarief).

Je kan een dergelijke installatie ook zo instellen dat wanneer er een hele dag geen zonnestroom is, het laadvermogen beperkt wordt tot pakweg 2,5 kW afname van het net. Schakel je dan bijvoorbeeld de droogkast in, dan zakt het laadvermogen zodat je onder het capaciteitstarief blijft. Indien je door jouw drukke agenda jouw auto toch moet opladen op een donkere dag, overrule je gewoon het hele systeem en kies je voor snelladen. Waarvoor je dan uiteraard wel de volle prijs betaalt.

In de winter tenslotte zal je sowieso nog altijd netstroom moeten afnemen voor het laden van jouw elektrische auto. Maar dat is volgens ons inzien nog altijd minder erg dan een oplossing op basis van een warmtepomp. Het verbruik van jouw elektrische auto is tijdens zomer en winter immers gelijk, dus ook hoog in de zomer wanneer je veel produceert, terwijl dat van jouw warmtepomp op dat moment nihil is en juist in de winter, wanneer je weinig produceert, zeer groot.

De toekomst

Iets waar momenteel nog zeer weinig over geschreven wordt is hoe het ‘Internet of Things’ zal bijdragen aan het verhogen van jouw eigenverbruik. Immers, als jouw PV installatie (mits daartoe uitgerust) weet wanneer je een stroomoverschot hebt, dan zou het wel leuk zijn dat die dat laat weten aan jouw droogkast, wasmachine of vaatwas.

Dergelijke oplossingen bestaan, maar staan nog in hun kinderschoenen. En helaas zijn de toestellen die hiermee aangestuurd kunnen worden wat duurder dan standaard toestellen.

Let er bij de aankoop van 'witgoed' en de aankoop van je PV-omvormer, thuisbatterijomvormer en autolaadpaal in ieder geval op dat ze allemaal dezelfde standaard ondersteunen. En dan hopen we samen met jou dat dat ook een standaard blijft. En niet zoals ‘Firewire’ - om maar één ‘standaardvoorbeeld’ te noemen - een stille dood sterft ;-)

Conclusie

Je bent nog mee? Top! Dan geven we je tot besluit nog graag enkele tips om jouw eigenverbruik onder controle te houden en jouw huis klaar te maken voor de toekomst.

  • Let op jouw eigenverbruik door grootverbruikers in te schakelen als je zonnestroom over hebt. Ga effectief even kijken op jouw slimme meter of hij nog achteruit draait voor je een tweede verbruiker inschakelt. Hou desnoods het weerbericht in de gaten.
  • Een warmtepomp is financieel af te raden, al is het niet uit te sluiten dat de overheid gekke dingen gaat doen om gasketels minder interessant te maken. Voorzie daarom een oppervlakteverwarming in plaats van radiatoren, denk na over hoe je een toekomstige warmtepomp aan zou sluiten op jouw verdeelsysteem en voorzie plaats voor een boiler en eventueel buffervat (een gasketel werkt met een doorstromer, een warmtepomp heeft een boiler nodig).
  • Voorzie in jouw zekeringkast extra ruimte voor een vermogensmeter en zekeringen voor jouw thuisbatterij of laadpaal. Niks zo vervelend als een eivolle zekeringkast.
  • Voorzie ook een vermogens- en een ethernetkabel voor een toekomstige thuisbatterij en laadpaal. Denk eraan dat die moeten communiceren met de vermogensmeter in de zekeringkast, met elkaar én met de PV-omvormer.
  • Koop je een nieuwe droogkast of wasmachine, verdiep je dan even in de communicatiemogelijkheden daarvan met de vermogensmeter, die overigens los van thuisbatterij en laadpaal deze toestellen kan aansturen. Tip: “EEbus”.

Meer weten? Contacteer ons voor een geheel vrijblijvende afspraak via ons contactformulier of op het nummer 011 450 280. 

CONTACTEER ONS